Wat is KATA?

Kata is een term uit de Japanse zelfverdedigingskunsten en vechtsporten zoals karate, jiujitsu, judo en in deze betekent het ‘vorm’. Een kata is een individuele stijloefening met een reeks vastgelegde bewegingen, uitgevoerd tegen 4 tot 8 denkbeeldige tegenstanders, die uit verschillende richtingen aanvallen. Het is een gedetailleerde reeks vooraf vastgestelde stoot-, trap- en afweertechnieken in zelfverdediging, die kan bestaan uit tientallen zeer uiteenlopende bewegingen en technieken. De gehele kata duurt gewoonlijk, afhankelijk van welke kata men loopt, zo’n 1 à 2 minuten.

Kata hebben allemaal een naam. Vaak heeft deze de naam van de symboliek die achter de kata steekt, bijvoorbeeld ‘het fort bestormen’, ‘de halve maan’, ‘de ruiter te paard’, ‘de vlucht van de zwaluw’, ‘de kraanvogel’, ‘de handen in de wolken’, ‘tien handen’, ’24 richtingen’. Dit zijn vertalingen; uiteraard worden de kata altijd met hun Japanse naam benoemd zoals Heian Shodan, Chi-i no kata, Kanku Dai, Hangetsu, Naihanchi,, Sansai no kata, Kushanku, Wankan, om er maar enkele te noemen. Er bestaan erg veel verschillende kata. Iedere stijl kent zo’n 10 tot 25 verschillende kata. Vaak worden kata door meerdere stijlen beoefend (al dan niet met kleine verschillen) en soms hebben stijlen hun eigen specifieke kata. In het karate alleen al bestaan er in totaal meer dan 60 verschillende kata.

Doel van de kata

Het voornaamste doel van de kata is om deze technieken uitvoerig te oefenen en hierbij te streven naar perfectie in uitvoering. Men zegt ook wel dat alle kata samen ‘de encyclopedie’ van de vechtsport (bijv. karate) vormen. Verder leert men een goede houding en balans door het uitvoeren van kata. Traditioneel zijn de kata vormen waarmee budo-stijlen hun curriculum vastlegden en bewaarden. Een kata kan door een individu worden uitgevoerd, maar ook met één of meer partners. Vaak wordt een individuele kata in de dojo door een groep leerlingen uitgevoerd.
Verder zijn er zowel kata die ongewapend als die met wapens worden uitgevoerd. Voor de training of als demonstratie kan een kata ook worden uitgevoerd met echte ‘tegenstanders’.
Dit heet bunkai.
Ook worden er kata-wedstrijden gehouden, waarbij twee verschillende systemen mogelijk zijn. In het eerste systeem nemen twee tegenstanders het tegen elkaar op door tegelijkertijd of om de beurt een kata naar keuze te lopen. Drie scheidsrechters bekijken het verloop van beide kata en beoordelen het naar aanleiding van een aantal criteria. Als beiden klaar zijn, steken de drie scheidsrechters de vlag op met de kleur van degene die in hun ogen het beste resultaat heeft behaald. Er is dus altijd een winnaar, nooit een gelijkspel.
In het andere systeem loopt iedere deelnemer individueel zijn kata, waarna de scheidsrechter daarvoor punten geven. Als alle deelnemers aan de beurt zijn geweest, heeft degene met de hoogste punten gewonnen. Op sommige belangrijke toernooien wordt er met vijf scheidsrechters gewerkt, en worden het hoogste en laagste punt niet meegerekend bij het bepalen van de eindscore (dit om de mogelijkheid van beïnvloeding door een enkele scheidsrechter te voorkomen).